Artikel · 2026

De eindleeftijd van je AOV

60, 62, 65 of 67 jaar?

Eén getal op je polisblad bepaalt tot wanneer je beschermd bent. Het is de op één na grootste premieknop — en de knop waarmee je het makkelijkst precies de verkeerde jaren wegbezuinigt.

Door het AOVkenner.nl-teamBijgewerkt op 10 min leestijd

Wat de eindleeftijd precies regelt

De eindleeftijd is de datum waarop je polis stopt te bestaan. Niet de datum waarop je met werken stopt, en niet de datum waarop je AOW begint — het is een puur contractuele afspraak. Word je een maand voor je eindleeftijd arbeidsongeschikt, dan ontvang je één maand uitkering en daarna niets meer.

Dat maakt de keuze anders dan bij de meeste andere polisonderdelen. Wachttijd, uitkeringsdrempel en indexatie beïnvloeden hoeveel of wanneer je krijgt. De eindleeftijd beïnvloedt óf je nog iets krijgt. Wie op zijn 58e uitvalt met een polis tot 60 jaar, is in de praktijk niet verzekerd geweest voor het scenario dat hem overkwam.

Let op het onderscheid: sommige polissen kennen naast de eindleeftijd ook een maximale uitkeringsduur. Val je op je 50e uit met een polis tot 67 maar met een uitkeringsduur van vijf jaar, dan stopt de uitkering op je 55e. Controleer altijd beide bepalingen.

Het effect op je premie

Hoe hoger de eindleeftijd, hoe langer de verzekeraar potentieel moet uitkeren én hoe meer risicovolle jaren er in de polis zitten. Het premie-effect is daardoor niet lineair: de sprong van 65 naar 67 kost verhoudingsgewijs meer dan die van 60 naar 62.

EindleeftijdIndicatief premieniveauOnafgedekte jaren tot AOWTypische keuze voor
60 jaar65–75% van basis± 7 jaarZware beroepen, vermogende ondernemers
62 jaar75–85% van basis± 5 jaarBouw, techniek, zorgverleners met fysiek werk
65 jaar90–95% van basis± 2 jaarBreed gekozen middenweg
67 jaar100% (basis)geenAdviserende en administratieve beroepen
68 jaar105–110% van basisgeenWie langer wil doorwerken dan de AOW-leeftijd

De percentages zijn indicatief en verschillen sterk per verzekeraar en beroepsklasse. Reken je eigen situatie door met de premiecalculator.

Waar het risico zich concentreert

Het ongemakkelijke feit achter deze keuze: de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid stijgt sterk met de leeftijd. Klachten aan het bewegingsapparaat, hart- en vaatziekten en langdurige herstelperiodes na operaties komen in de laatste tien werkzame jaren aanzienlijk vaker voor dan in de eerste tien. Een polis die op 60 stopt, dekt precies het deel van je loopbaan waarin je het minst nodig had.

Leeftijd 25–40

Relatief lage kans op langdurige uitval. Ongevallen en psychische klachten vormen het grootste deel van de claims.

Leeftijd 40–55

Stijgende kans, met een verschuiving naar chronische klachten en langere hersteltijden.

Leeftijd 55–67

Hoogste kans op uitval die tot de eindleeftijd doorloopt. Herstel duurt langer en terugkeer naar volledig werk is minder vaak haalbaar.

Precies daarom is een lagere eindleeftijd zo effectief in het drukken van de premie: je haalt het duurste stuk risico uit de polis. Dat is prima als je dat stuk zelf kunt dragen, en riskant als dat niet zo is.

Wat past bij welk beroep

Fysiek zware beroepen (bouw, installatie, zorg, transport)

Verzekeraars beperken hier vaak de eindleeftijd tot 60 of 62 jaar. Ga na of je zelf verwacht dit werk tot je 67e te doen. Zo niet, plan dan actief een tweede loopbaanfase — en houd er rekening mee dat een polis die op 60 stopt de overbrugging naar de AOW niet dekt.

Zelfstandige zorgprofessionals (fysiotherapeut, tandarts, mondhygiënist)

Handen, rug en schouders zijn kwetsbaar en de klachten komen doorgaans na het vijftigste levensjaar. Een eindleeftijd van 65 of 67 is hier de norm, gecombineerd met beroepsarbeidsongeschiktheid als criterium.

Adviserende en creatieve beroepen (consultant, ontwerper, tekstschrijver)

Lage beroepsklasse en meestal geen belemmering voor eindleeftijd 67 of 68. Omdat de premie relatief laag is, is het premievoordeel van een lagere eindleeftijd hier klein — en het risico dat je afdekt juist waardevol.

Ondernemers met personeel of een verkoopbaar bedrijf

Als je bedrijf ook zonder jouw handen omzet maakt, is een lagere eindleeftijd verdedigbaar. Toets dan wel of het bedrijf werkelijk blijft draaien als jij drie jaar uitvalt, en niet alleen op papier.

In welke klasse jouw beroep valt en wat dat met je premie doet, lees je op de pagina over beroepsklassen.

Combineren: hoog verzekeren, deels afbouwen

De meest onderbenutte optie is de gedifferentieerde eindleeftijd. Je splitst je verzekerd bedrag in twee delen met een verschillende einddatum, aansluitend op je werkelijke lastenpatroon.

Voorbeeld van een gesplitste dekking

  • € 1.400 per maand tot 60 jaar: het deel dat samenhangt met kinderen thuis, studiekosten en de hoogste jaren van je hypotheeklast.
  • € 2.200 per maand tot 67 jaar: het deel dat je basisbehoefte dekt en doorloopt tot je AOW ingaat.
  • Netto-effect: een premie die duidelijk lager ligt dan volledig tot 67 verzekeren, zonder dat je na je 60e met lege handen staat.

Niet elke verzekeraar biedt deze constructie, en de administratie is iets complexer. Vraag er expliciet naar bij het aanvragen van offertes — het staat zelden ongevraagd in een voorstel.

Achteraf aanpassen

Verlagen: meestal eenvoudig

Een lagere eindleeftijd betekent minder risico voor de verzekeraar. Dat mag vrijwel altijd, direct, zonder medische toets en met onmiddellijke premieverlaging. Overweeg het als je hypotheek is afgelost en je vermogen de laatste jaren kan dragen.

Verhogen: vaak lastig

Een hogere eindleeftijd is een dekkingsuitbreiding. Verzekeraars vragen dan een nieuwe gezondheidsverklaring, en op je 55e is de kans op een uitsluiting reëel. Wie twijfelt bij het afsluiten, kiest daarom liever te hoog dan te laag.

Beslisboom

  1. 1Zoek je AOW-leeftijd op. Dat is je referentiepunt, niet 65.
  2. 2Vraag je verzekeraar welke maximale eindleeftijd jouw beroepsklasse toestaat.
  3. 3Beantwoord eerlijk: verwacht je dit werk tot die leeftijd te kunnen doen?
  4. 4Bereken hoeveel vermogen je nodig hebt om de jaren tussen eindleeftijd en AOW te overbruggen.
  5. 5Heb je dat vermogen niet, kies dan de eindleeftijd die aansluit op je AOW.
  6. 6Is de premie dan te hoog, verleng dan eerst de wachttijd voordat je de eindleeftijd verlaagt.
  7. 7Vraag als laatste optie naar een gedifferentieerde eindleeftijd.

Veelgestelde vragen over de eindleeftijd

Wat is de eindleeftijd van een AOV?

De leeftijd waarop de dekking en een eventuele lopende uitkering definitief stoppen. Kies je 65 jaar, dan keert de verzekeraar tot je 65e verjaardag uit — ook als je daarna nog steeds arbeidsongeschikt bent. De eindleeftijd staat los van je AOW-leeftijd en van de vraag of je feitelijk stopt met werken.

Welke eindleeftijd kiezen de meeste ZZP'ers?

De meest gekozen leeftijden zijn 65 en 67 jaar. Een eindleeftijd van 67 sluit aan bij de huidige AOW-leeftijd en voorkomt een inkomensgat. Bij zware beroepen wordt vaker 60 of 62 gekozen, deels uit premie-overwegingen en deels omdat verzekeraars daar een lagere maximale eindleeftijd hanteren.

Hoeveel scheelt een lagere eindleeftijd in premie?

Van 67 naar 60 jaar scheelt afhankelijk van je leeftijd en beroepsklasse doorgaans 20 tot 35 procent premie. Het effect is het grootst voor beroepen met een hoog uitvalrisico, omdat juist daar de laatste jaren vóór de pensioenleeftijd zwaar meewegen in de premieberekening.

Kan ik voor elke eindleeftijd kiezen?

Nee. Verzekeraars beperken de maximale eindleeftijd per beroepsklasse. Voor zware fysieke beroepen ligt het maximum vaak op 60 of 62 jaar, soms met de mogelijkheid tot 65 tegen een sterk verhoogde premie. Voor administratieve en adviserende beroepen is 67 of zelfs 68 meestal gewoon mogelijk.

Wat gebeurt er als ik na mijn eindleeftijd nog arbeidsongeschikt ben?

De uitkering stopt op de dag dat je de eindleeftijd bereikt. Ben je dan nog arbeidsongeschikt, dan val je terug op eigen middelen tot je AOW ingaat. Dat is de belangrijkste reden om de eindleeftijd niet uitsluitend op basis van premie te kiezen.

Kan ik de eindleeftijd later nog verhogen?

Soms, maar het is een dekkingsverhoging: verzekeraars vragen dan meestal een nieuwe gezondheidsverklaring en soms een keuring. Naarmate je ouder wordt neemt de kans op een uitsluiting of afwijzing toe. Wie twijfelt, kiest daarom bij het afsluiten liever te hoog dan te laag — verlagen kan altijd.

Loopt mijn dekking door als ik na mijn eindleeftijd blijf werken?

Nee. De polis eindigt op de afgesproken datum, ook als je gewoon doorwerkt. Wil je langer doorwerken dan je eindleeftijd, dan ben je vanaf dat moment onverzekerd. Sommige verzekeraars bieden een aparte doorwerkdekking of een verlengingsoptie — vraag ernaar voordat je 60 wordt.

Is een gedifferentieerde eindleeftijd mogelijk?

Ja, bij veel verzekeraars kun je een deel van het verzekerd bedrag tot 60 verzekeren en een deel tot 67. Je bouwt de dekking dan af op het moment dat je hypotheek lager is en je kinderen zelfstandig zijn. Dat drukt de premie zonder dat je de langjarige bescherming volledig opgeeft.

Hoe verhoudt de eindleeftijd zich tot de BAZ?

De aangekondigde Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen keert uit tot de AOW-leeftijd. Wie een opt-out overweegt op basis van een private AOV, moet er rekening mee houden dat de private polis minimaal gelijkwaardig moet zijn — een lage eindleeftijd kan dan een belemmering vormen.

Wat is verstandiger: lagere eindleeftijd of langere wachttijd?

Vrijwel altijd een langere wachttijd. Daarmee neem je het risico op je dat je zelf kunt dragen — enkele maanden zonder inkomen — terwijl je het onbetaalbare risico verzekerd houdt. Een lage eindleeftijd doet precies het omgekeerde: je schrapt de jaren waarin uitval het waarschijnlijkst is.

Lees ook

Vergelijk eindleeftijden en premies

Zie wat verschillende eindleeftijden met je premie doen en welke verzekeraars in jouw beroepsklasse tot 67 jaar verzekeren.